Inhoud

Doelstellingen

Je kent de achtergrond va waaruit LSCI ontstond, je leert de verschillende fases van een LSCI-gesprek en kan deze toepassen op de 6 verschillende thema's om zo jongeren in een 'gestructureerd' gesprek naar inzicht, nieuwe vaardigheden en transfer te leiden. Je leidt de jongeren naar meer inzicht door op een ontladende manier het gesprek aan te vatten, de situatie dieper en gerichter te bevragen en via inzicht, nieuwe vaardigheden verkennen.

Programma

Life Space Crisis Interventie (LSCI) is een therapeutische, verbale interventiemethodiek voor kinderen en jongeren in crisis.  Als een kind / jongere door een stressvol incident in conflict komt met leeftijdsgenoten, opvoeders of leerkrachten kan dit gepaard gaan met heftige emoties. LSCI levert een procedure om gericht met die emoties om te gaan en te vermijden dat de situatie ontwrichtend werkt of zelfdestructief gedrag veroorzaakt. (Uit: Long, N.J., Wood, M.M. & Fecser, F.. 2003, Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties. Tielt, Lannoo.) De doelstelling van LSCI ligt hierin om het gedrag te veranderen, de angst te reduceren, het zelfwaardegevoel te vergroten en het inzicht in het gedrag van anderen te bevorderen.
 
Om deze doelstelling te realiseren beschikt de hulpverlener over volgende inzichten: uit de ontwikkelingspsychologie: ontwikkelingsadequaat gedrag, de ontwikkelingsangsten van kind tot adolescent en de verschillende niveaus van waarden binnen de ontwikkeling; uit de psychologie: motivatieleer, (vervormde) waarneming, denkprocessen; uit de orthopedagogie: (meer)waarde van relatie, inzicht in conflictcyclus, crisis als leermoment. Daarnaast beheerst hij/zij ook communicatieve vaardigheden eigen aan een hulpverleningssituatie, versterkt met specifieke LSCI elementen. Zo zijn er in elk gesprek zes stappen te doorlopen, en is een gespreksleider ook beducht voor mogelijke valkuilen die een LSCI gesprek kunnen ontwrichten.
 
In de loop der jaren ontwikkelde Nicolas Long zes verschillende interventie varianten, elk als antwoord op een verschillend zijnswijze van een jongere in crisis. Een extra, zevende gespreksvorm beschrijft de mogelijkheid om als collega’s LSCI bij elkaar toe te passen.
 
Een LSCI gesprek doorloopt 6 fasen:
Fase 1 Ontladen

  • Ontladen van emoties / beheers je eigen agressie 
  • Erken de gevoelens van de jongere 
  • Communicatie onderhouden / vaak bevestigen
  • Tonen van oprechte interesse.

Fase 2 Opbouwen van de tijdlijn

  • Keer terug tot aan een moment dat de jongere nog rustig was 
  • Ga terug naar voor, herken de hints (red flag) en decodeer denken, voelen, doen
  • Bevestig de jongere
  • 8tal ! Wie, Waar, wanneer, doel, tijd, frequentie, intensiteit, aanstekelijkheid.

Fase 3 Centraal thema bepalen

  • De jongere reageert met een emotionele uitbarsting
  • De jongere verschuift zijn gevoelens 
  • De jongere stoot de bronnen om om te gaan met stress af. 
  • De jongere heeft een verstoorde waarneming van de feiten

Fase 4 Inzicht

  • Erkennen van thema 
  • De jongere helpen om feiten uit ander standpunt te bekijken en eigen aandeel anders in te schatten en/of te herkennen
  • Samen de bron van het probleem identificeren
  • Als de jongere zijn rol erkent ook nagaan of dit een vast patroon is 
  • Leerproces bevestigen

Fase 5 Nieuwe vaardigheden

  • Hoe ga ik er in de toekomst mee om (rollenspel)
  • Met wie kan ik erover praten

Fase 6 Terug aansluiten bij de groep

  • Concrete stappen bespreken om terug in de groep te keren
  • Informeer andere begeleiding van gemaakte afspraken
Lesgever

Benny Leesen & Hanne Leirs